Aandachtspunten bij de ondersteuning aan zelfstandigen

18 maart 2020 | Blog

Het kabinet neemt meerdere economische maatregelen vanwege het coronavirus. Zelfstandigen met financiële problemen kunnen een beroep doen op een extra voorziening. Deze voorziening is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen en zal worden uitgevoerd door gemeenten. Deze regeling moet nog worden uitgewerkt, maar zal op een zeer korte termijn worden ingevoerd. Bij het opstellen van deze regeling zien wij drie aandachtspunten. Lees in dit blog hoe de regeling werkt en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen.

Hoe werkt de regeling?
Zoals het er nu naar uitziet, werkt de regeling als volgt. Het doel van de regeling is om binnen vier weken na een aanvraag, voor een periode van maximaal drie maanden voorzieningen te kunnen verstrekken aan zelfstandigen. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt om de periode van vier weken te overbruggen. In deze tijdelijke regeling wordt geen vermogens- of partnertoets uitgevoerd en wordt de levensvatbaarheid van het bedrijf niet getoetst. Vooralsnog gaan wij ervanuit dat de overige verplichtingen en voorwaarden van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen wel van toepassing zijn. De voorziening kent twee smaken, namelijk inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal.  

De voorzieningen
Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling en bedraagt maximaal circa. € 1.500,- per maand (netto). De inkomensondersteuning wordt ‘om niet’ verstrekt, waardoor de zelfstandige de inkomensondersteuning niet later hoeft terug te betalen. Zelfstandigen kunnen ook ondersteuning aanvragen in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen op te lossen. Bij de verstrekking van een lening wordt de mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen. Voor de lening zal een relatief laag rentepercentage worden gehanteerd. De exacte hoogte van het rentepercentage is nog onduidelijk.

Financiering van de regeling
Het Rijk zal de gemeenten volledig compenseren voor de inkomensondersteuning, bedrijfskapitaal en de uitvoeringskosten van de regeling. Naar inschatting van het Rijk kunnen de kosten van deze regeling oplopen van € 1,5 tot € 2 miljard voor inkomensondersteuning (inclusief uitvoeringskosten) en € 2 miljard voor het bedrijfskapitaal. De kosten voor bedrijfskapitaal bestaan uit kosten op de korte termijn, omdat het een lening betreft welke moet worden terugbetaald door de zelfstandige.

Aanbevelingen voor de op te stellen regeling
Bij het opstellen van de regeling zien wij drie aandachtspunten. Allereerst zal de kring van rechthebbenden duidelijk moet worden gemaakt. Vooralsnog komt enkel een zelfstandige als bedoeld in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen voor bijstand in aanmerking. Een zelfstandige is iemand tussen de leeftijd van 18 en de pensioengerechtigde leeftijd die is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Daarvoor gelden drie aanvullende criteria, namelijk dat diegene moet voldoen aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het beroep, moet voldoen aan een urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar en de volledige zeggenschap in het bedrijf met de financiële risico's draagt. Vooral het urencriterium van 1225 uren per kalenderjaar kan in 2020 mogelijk problematisch zijn, juist omdat zelfstandigen minder werk hebben als gevolg (van de maatregelen van het Rijk) van het Corona-virus.

Het tweede aandachtspunt is het administratieve proces bij het vaststellen van het inkomen bij de zelfstandige. De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen over een boekjaar. Het boekjaar is de periode van 12 maanden waarover de administratie van de zelfstandige wordt gevoerd. Zodoende is ten tijde van het verstrekken van de voorziening niet duidelijk op hoeveel inkomensondersteuning de zelfstandige uiteindelijk recht heeft. Dit is pas duidelijk als het boekjaar wordt afgerond. Dit kan ertoe leiden dat de inkomensondersteuning uiteindelijk toch nog zal worden teruggevorderd bij de zelfstandige, indien de zelfstandige in de overige maanden van het boekjaar wel voldoende inkomen heeft gegenereerd. De vraag is of dit onderdeel van het administratieve proces, gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van deze crisis en de verwachte vraag naar de voorzieningen, wel wenselijk is.

Het derde aandachtspunt is in hoeverre het inkomen van de zelfstandige, die de zelfstandige heeft gemaakt voor de uitbraak van het coronavirus, moet worden meegewogen. Voor zover de zelfstandige dit inkomen heeft gegeneerd in het boekjaar, is het relevant voor het bepalen van de hoogte van het inkomen en zodoende voor de hoogte van de inkomensondersteuning. De zelfstandige heeft echter (de maatregelen als gevolg van) het coronavirus niet kunnen zien aankomen, waardoor de zelfstandige hiermee bij zijn investeringsbeslissingen geen rekening heeft gehouden. Wij achten het goed voorstelbaar dat ook zelfstandigen die strikt genomen te veel inkomen hebben gegenereerd, maar op het moment toch acute liquiditeitsproblemen ervaren (mede als gevolg van het teruglopen van omzet en de wel gemaakte investeringskosten), wel in aanmerking komen voor aanvullende inkomensondersteuning.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven