Breidt de Governancecommissie haar werkterrein uit?

7 mei 2020 | Blog

De Governancecommissie Gezondheidszorg is door brancheorganisaties in het leven geroepen om naleving van de Governancecode Zorg 2017 (‘Code’) te bevorderen. Belanghebbenden kunnen de Governancecommissie vragen te toetsen of gedragingen van zorgorganisaties in overeenstemming zijn met de Code. De Governancecommissie had sinds haar oprichting in 2007 een beperkte taakopvatting, maar lijkt die recentelijk te hebben ingeruild voor een veel ruimer takenpakket. Dat is ongewenst. Toezicht op goed bestuur is een interne aangelegenheid, de Governancecommissie heeft daarin geen rol. Lees meer hierover in dit blog.

Taak van de Governancecommissie

De Governancecommissie toetst op verzoek of een zorgorganisatie zich aan de Code houdt. Als de Governancecommissie oordeelt dat de Code niet goed is toegepast, dan moet de zorgorganisatie haar governance aanpassen overeenkomstig de uitspraak van de commissie. Vanuit die taakomschrijving heeft de Governancecommissie geoordeeld over bijvoorbeeld belangenverstrengeling, de verhouding tussen de raad van bestuur en de raad van toezicht, en de samenstelling en het functioneren van beide organen.

De Governancecommissie krijgt steeds meer toetsingsverzoeken te verwerken. In de periode 2011 tot 2015 publiceerde de Governancecommissie zeven uitspraken, in de periode 2016-2019 waren dat er elf.

Tot voor kort vatte de Governancecommissie, overeenkomstig de Code, haar rol beperkt op. De Governancecommissie hield de grenzen met vermogensrechtelijke geschillen scherp in het oog, en toetste bestuurlijk handelen slechts aan de Code. Of een besluit van het bestuur van een zorgorganisatie goed was, of dat er wellicht betere besluiten mogelijk waren, is nooit onderwerp van toetsing geweest. Daar bestaat naar mijn waarneming ook geen behoefte aan. De beoordeling van bestuurlijk handelen is een interne aangelegenheid en berust bij de raad van toezicht, Die rolverdeling heeft de Governancecommissie altijd gerespecteerd. In een recente uitspraak lijkt die terughoudendheid verlaten te zijn.

Ruziënde kaakchirurgen

Wat was de casus? Een kaakchirurg had een afwijkende methode ontwikkeld om behandelingen te registreren en te declareren. Fraude, volgens zijn twee collega’s. Die lichtten de raad van bestuur in over de fraude van hun collega. Dan volgt de ene escalatie op de andere. De kaakchirurgen krijgen onderling ruzie. De twee niet-frauderende kaakchirurgen krijgen het aan de stok met de raad van bestuur. Zij waren een eigen onderzoek gestart naar de aard en omvang van de fraude van hun collega, waarbij zij volgens de raad van bestuur de privacy van patiënten schonden. Op enig moment was de frauderende kaakchirurg nog aan het werk, terwijl zijn twee collega’s met een toegangsontzegging buiten stonden.

Dat alles leidde tot een barrage aan juridische procedures op meerdere fronten en meerdere fora (hier, hier, hier, hier). Toen al het juridisch getouwtrek voorbij was, stonden alle kaakchirurgen op straat. Een kwestie waar eenieder aan de zijlijn waarschijnlijk hoofdschuddend naar heeft gekeken.

Wat doet de Governancecommissie?

De twee niet-frauderende kaakchirurgen leggen vervolgens het geschil voor aan de Governancecommissie. Dat is op zich raar, want alle rechters die konden ingrijpen– een kortgedingrechter, de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam, het Scheidsgerecht Gezondheidszorg– hadden zich al uitgesproken. De uitkomst – alle kaakchirurgen op straat – stond al vast, daar kon de Governancecommissie niets meer aan veranderen.

De uitspraak van de Governancecommissie geeft bovendien er blijk van dat het toetsingsverzoek nogal ongespecificeerd was. Het hele geschil met alle gebeurtenissen is door de twee kaakchirurgen aan de orde gesteld, zo lezen we. Verderop lezen we ook nog dat de verzoekende kaakchirurgen niet expliciet hebben aangegeven welke principes van de Code geschonden zijn. Einde zaak, zou ik denken. Hier kan de Governancecommissie niets mee. De Governancecommissie vat het echter samen door te zeggen dat verzoekers “de vraag voorleggen of sprake is geweest van goed bestuur”.

Maar is de Governancecommissie wel bevoegd om in algemene zin te beoordelen of iets goed bestuur oplevert? Daar gaat het bestuur zelf over, en daarop wordt toezicht gehouden door de raad van toezicht. Als dat leidt tot schendingen van het recht, dan kan men naar de rechter. Als de Code wordt geschonden, dan kan de Governancecommissie daar een oordeel over geven.

De algemene vraag “is er sprake van goed bestuur?” is er niet een die de Governancecommissie moet beantwoorden. Daarmee toetst de Governancecommissie geen gedragingen aan de Code, maar recenseert het bestuurlijk handelen. De Governancecommissie is als het ware een scheidsrechter die voor een overtreding moet fluiten, zij is er niet om een oordeel te geven over de kwaliteit van de voetbalwedstrijd.

Het oordeel van de Governancecommissie leidt ook tot niets. Het oordeel kent niet de rechtskracht van een arbitraal vonnis of bindend advies. Het ziekenhuis dat het oordeel ontvangt, kan er verder niets mee.

Door deze zaak op deze manier in behandeling te nemen, is het jachtseizoen geopend. Al het bestuurlijk handelen kan door eenieder die er belang bij heeft gratis onderwerp van beoordeling door de Governancecommissie worden gemaakt. Niet tevreden over een reorganisatie? Oneens met de profielkeuze van de zorginstelling? Tegen de fusie met een andere instelling? Tegen de sluiting van een locatie? Bij de Governancecommissie vindt men gehoor, tenminste als dit de nieuwe lijn wordt.

Handelen Governancecommissie ongewenst

Besturing van een zorgorganisatie is ingewikkeld genoeg. De lijn van de Governancecommissie om de kwaliteit van dat handelen ook nog eens onderwerp te laten zijn van een vrijblijvende beoordeling achteraf, is naar mijn mening ongewenst maar ook onverstandig.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven