Coronavirus: dividenduitkering, mag dat nog?

19 maart 2020 | Nieuws

In ons blog “Coronavirus: ondernemen in zwaar weer” hebben wij getracht guidance te geven aan bestuurders in financieel uitdagende tijden. In dit blog komt aan de orde dat het raadzaam kan zijn om terughoudend om te gaan met reeds genomen – maar nog niet uitgevoerde – dividendbesluiten, met inachtneming van de (eventuele) gevolgen van het coronavirus voor de vennootschap.

Balans- en uitkeringstest bij dividenduitkeringen

Het uitgangspunt is dat de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna: ‘AV’) bevoegd is tot bestemming van de winst en kan besluiten tot (tussentijdse) uitkeringen aan aandeelhouders. Mogelijk zijn in de statuten nadere regels opgenomen. Elk besluit van de AV dat strekt tot uitkering blijft tot slot zonder gevolg zolang het bestuur daaraan geen goedkeuring heeft verleend.

In verband met het uitkeren van dividend dient het bestuur (1) een balans-  en (2) een uitkeringstest uit te voeren. De balanstest houdt in dat de vennootschap alleen mag uitkeren voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke of statutaire reserves (zoals de herwaarderings- en deelnemingsreserves). Vrije reserves en het op de aandelen gestorte kapitaal (agio) mogen in beginsel wel worden uitgekeerd. De uitkeringstest houdt in dat de onderneming na de uitkering haar opeisbare schulden moet kunnen blijven betalen. Anders gezegd, het bestuur dient te toetsen of de continuïteit van de vennootschap na de uitkering niet binnen afzienbare tijd (in de regel wordt uitgegaan van één jaar) in gevaar komt. Het moment van daadwerkelijke uitkering (en niet het moment van het besluit) is hierbij beslissend. Deze beoordeling kan alleen het bestuur uitvoeren. Is het bestuur van mening dat na de uitkering de vennootschap haar verplichtingen niet meer kan nakomen, dan moet zij haar medewerking aan de uitkering onthouden en blijft het dividendbesluit zonder gevolg.

Als belangrijke vuistregels voor de beoordeling van de balans- en uitkeringstest gelden: (1) liquiditeit, (2) solvabiliteit en (3) rentabiliteit. Het bestuur dient de financiële situatie te beoordelen aan de hand de specifieke eigenschappen van de vennootschap.

Indien komt vast te staan dat het bestuur ten tijde van de uitkering wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de vennootschap na een uitkering haar schulden niet meer zou kunnen betalen, dan is het bestuur (hoofdelijk) aansprakelijk. De betreffende bestuurders zijn dan verplicht om het tekort dat door de uitkering is ontstaan aan de vennootschap te vergoeden.

Recente ontwikkelingen rondom het coronavirus

Indien de onderneming van de vennootschap wordt geraakt door de gevolgen van het coronavirus is het raadzaam als bestuurder zeer voorzichtig te zijn bij de uitvoering van dividenduitkeringen. Aan de hand van (aan de huidige situatie aangepaste) prognoses dient daarom zorgvuldig te worden beoordeeld of de continuïteit van de onderneming na de uitkering niet in gevaar komt. Nu vennootschappen drukdoende zijn met het afsluiten van het afgelopen boekjaar en er mogelijk al dividendbesluiten zijn genomen – maar nog niet uitgevoerd - is het voor de bestuurders – met inachtneming van de gewijzigde omstandigheden - juist nu van belang waakzaam te zijn. Het moment waarop de uitkering daadwerkelijk wordt gedaan is immers cruciaal voor het bepalen van de continuïteitsverwachting en daarmee ook de bestuurdersaansprakelijkheidsvraag.

Heeft u vragen hierover of heeft u twijfels bij een uit te voeren dividendbesluit, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven