De veiligheid van de patiënt na een faillissement

16 januari 2020 | Nieuws

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft voor de kerst een rapport uitgebracht over de faillissementen van MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen. In dit rapport staat beschreven hoe is omgegaan met het belang van de veiligheid van patiënten in de aanloop naar en de afwikkeling van de faillissementen. Het onderzoek geeft een mooie feitelijke beschrijving van de dynamiek na het faillissement en de problemen die ontstonden. Verder heeft de Onderzoeksraad ook aanbevelingen gedaan, maar die lijken ons niet alle even bruikbaar.

Welke rol speelt de zorgverzekeraar en moet wellicht het faillissementsrecht worden aangepast speciaal voor ziekenhuizen? Lees in dit blog meer over het onderzoek en de aanbevelingen.  

De verhoogde risico’s

De Onderzoeksraad constateert dat er na de faillissementen een verhoogd risico voor de patiëntveiligheid ontstond. Die conclusie kan niemand verrassen. Een faillissement heeft zulke vergaande consequenties voor een bedrijf en de mensen die er werken, dat een disruptief effect onvermijdelijk lijkt.

In een van de bijlagen schrijft de Onderzoeksraad op wat van het ziekenhuis verwacht wordt in geval van een faillissement. Er moet voorafgaand een crisisstructuur ontworpen worden met duidelijk omschreven taken, rollen en verantwoordelijkheden binnen de organisatie voor het geval van een faillissement. Maar na een faillissement is de curator de baas in het ziekenhuis. Goede kans dat die geen boodschap heeft aan al die plannen of geen mogelijkheden ziet die uit te voeren. Dit is een van de punten waar het theoretische gehalte van het onderzoek voorrang neemt op praktische bruikbaarheid. Overigens, een structuur met duidelijk omschreven taken en rollen is sowieso een goed idee, ook zonder faillissement.

Hoe negatieve effecten voor de patiëntveiligheid bij een faillissement niettemin toch zoveel mogelijk te voorkomen? De Onderzoeksraad doet een aantal aanbevelingen.

De zorgplicht van de zorgverzekeraar

In de eerste plaats bepleit de Onderzoeksraad een zwaardere rol voor de zorgverzekeraar. De belangrijkste zorgverzekeraar Zilveren Kruis had zijn zorgplicht wel heel globaal gedefinieerd: was er voldoende capaciteit over in de regio’s indien de ziekenhuizen zouden failleren? Dat was het geval, zo constateerde de zorgverzekeraar. De NZa, als toezichthouder op de zorgplicht, onderschreef deze op populatieniveau gerichte invulling van de zorgplicht. Maar die wijze van beoordelen bood de individuele patiënt die niet wist waar die naartoe moest, geen enkele soelaas.

Dat brengt de Onderzoeksraad tot de aanbeveling aan de minister voor Medische Zorg om de zorgplicht van de zorgverzekeraar te herijken, zodanig dat de continuïteit van individuele behandelingen bij een ziekenhuisfaillissement is gegarandeerd.

Naar onze waarneming is de duiding die de zorgverzekeraar en de NZa aan de zorgplicht hebben gegeven onjuist. Het lijkt ons onvermijdelijk dat de zorgplicht zoals de zorgverzekeraar die formuleert individuele verzekerden rechten verschaft richting de zorgverzekeraar. De zorgplicht komt tot leven via een individuele zorgverzekeringsovereenkomst. In zoverre hoeft er naar onze mening niets herijkt te worden, de Zorgverzekeringswet deugt. De uitvoering door de zorgverzekeraar schoot tekort, evenals de handhaving door de NZa. Het lijkt ons voor de toekomst voldoende dat iedereen die constatering onderschrijft.

Garantiefonds voor de zorg

De Onderzoeksraad bepleit ook een collectivisering van de zorgplicht van de zorgverzekeraars in geval van een faillissement. Dat zou kunnen door een gezamenlijk waarborgfonds op te richten, een soort SGR maar dan voor de zorg in plaats van vakanties. Dat lijkt ons slecht aansluiten op de eerdere aanbeveling dat de zorgplicht herijkt moet worden om individuele patiënten rechten te verschaffen. Ook hiervoor zou ik menen dat de bestaande zorgplicht die individuele verzekerden rechten verschaft, voldoende is. Het is aan de zorgverzekeraar om te zorgen dat de premiebetalende verzekerden ergens terecht kunnen en een en ander te organiseren, waar nodig en mogelijk in afstemming met andere zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Collectivisering van die verantwoordelijkheid maakt het niet per se beter.  

Aanpassing faillissementsrecht

Verder doet De Onderzoeksraad voorstellen om het faillissementsrecht aan te passen, specifiek voor ziekenhuizen. Het faillissement van beide ziekenhuizen heeft laten zien dat de taak van de curator – de schuldeisers zoveel als mogelijk schadeloosstellen – niet automatisch tot optimale uitkomsten leidt voor patiënten.

Het rapport benoemt daar een reëel probleem, waar met name de omliggende ziekenhuizen die de zorg voor patiënten wilden overnemen zich mee geconfronteerd zagen. Als de curator nog een doorstart aan het onderzoeken is, kan de overdracht van patiënten naar andere ziekenhuizen ongewenste vertraging oplopen. Die patiënten zijn immers nodig om een levensvatbaar bedrijf over te dragen. Dat deed zich bij het Slotervaart gedurende enige tijd voor.

Of tailor made faillissementswetgeving voor ziekenhuizen werkbaar is, vraagt nadere bestudering. Het rapport bevat op dit punt ook geen diepgaande analyse. Maar dat de uitgangspunten van het faillissementsrecht slecht aansluiten bij de maatschappelijke noden na een deconfiture van een ziekenhuis, heeft zich inmiddels wel bewezen.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven