European Super League: het begin van het einde?

7 juli 2021 | Blog

Real Madrid, FC Barcelona, Juventus weigeren nog steeds afstand te nemen van de nieuwe Europese Super League die zij samen met acht andere topclubs in april 2021 met veel tromgeroffel hebben aangekondigd. De plannen hebben tot veel verontwaardiging en kritiek geleid. UEFA en nationale voetbalbonden zagen reden om sancties in te stellen tegen de afsplitsing van topclubs. Hoewel de komst van de competitie inmiddels zeer onwaarschijnlijk is, levert ze wel een aantal interessante juridische vragen op zoals: is het mededingingsrecht van toepassing op sport? En is de Super League een kartel? Lees hierover in dit blog.

Is het mededingingsrecht van toepassing op sport?

Sport is formeel geen beleidsterrein van de EU. Dit betekent dat de Europese Commissie niet de mogelijkheid heeft bindende regelgeving op dit terrein uit te vaardigen, behoudens unanimiteit van de Raad van Ministers. Deze bevoegdheid ligt bij lidstaten en nationale en internationale sportbonden. Toch kan het EU-recht van toepassing zijn wanneer sport een economische activiteit vormt. Dit volgt onder meer uit Walrave en Koch en het bekende Bosman-arrest. Daarnaast volgt uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat de EU zich onder meer inzet om de eerlijkheid en openheid van sportcompetities te bevorderen.

Ook voor de toepasselijkheid van het mededingingsrecht is de aanwezigheid van economische activiteit van belang. Elke entiteit die een economische activiteit uitoefent geldt namelijk als een onderneming en valt daarmee binnen het bereik van het mededingingsrecht. Voor zover de voetbalbonden kwalificeren als ondernemingen of ondernemingsverenigingen, moeten zij zich houden aan de mededingingsregels. Voor betaald voetbalclubs geldt in ieder geval dat zij als onderneming kunnen worden aangemerkt.

De Europese Commissie staat vooralsnog niet te springen om haar tanden te laten zien. Volgens haar kunnen sportconflicten het beste worden beslecht door arbitrage instituten en nationale rechtbanken.

Is de Super League een kartel?

De oprichters willen met de Super League een voetbalcompetitie beginnen van twintig clubs, waarvan vijftien vaste deelnemers en vijf clubs die zich jaarlijks kunnen plaatsen door verdienstelijk te presteren in de nationale competities. De vaste deelnemers zijn verzekerd van hoge inkomsten. Dit maakt de Super League bijzonder lucratief. Het financiële overwicht zal zich vertalen in betere prestaties. De inkomstengarantie zal hen namelijk in staat stellen elk jaar flink te investeren in hun team. Op termijn verstevigt dit hun toppositie en kan het de concurrentie met niet-deelnemende teams in de nationale competitie nadelig beïnvloeden.

Opvallend genoeg staat het concept op dit punt niet heel ver af van de huidige Champions League. Ook daar nemen immers veelal dezelfde clubs deel aan het ‘miljoenenbal’ die door de opbrengsten betere spelers kunnen aantrekken en daardoor beter presteren. Sterker nog, de inkomstenverdeelsleutel van de Champions League maakt dat deelnemende teams in jaar x nog een keer worden beloond voor prestaties uit voorgaande jaren. Anders dan bij de Super League, is bij de Champions League evenwel geen sprake van een vaste groep van automatische deelnemers: bij de Champions League moeten de deelnemers zich ieder jaar via hun nationale competities en eventuele kwalificatierondes kwalificeren voor deelname. De Super League vormt wellicht niet direct een kartel, al zitten er wel (gekwalificeerde) uitsluitingselementen in de Super League-opzet.

Beperken de sancties de mededinging?

UEFA en andere nationale voetbalbonden hebben als reactie op de aankondiging laten weten alles in het werk te stellen dit ‘cynische project’ te stoppen. Volgens de statuten van UEFA mogen voetbalclubs niet op eigen houtje een alliantie smeden. Zo zullen deelnemende clubs worden verbannen uit andere (Europese en nationale) competities en spelers mogen hun land niet meer vertegenwoordigen in het nationale elftal. Voor de drie weigerende clubs dreigt naar verluid een tweejarige uitsluiting van de Champions League. Ook de Premier League maakt nieuwe regels om de kernwaarden van het voetbal te beschermen. De overige clubs hebben financiële sancties geaccepteerd voor hun betrokkenheid.

Zijn deze sancties toelaatbaar? Het kan betoogd worden dat de (spelers van de) topclubs een toernooi als de Champions League aantrekkelijk maken terwijl de inkomsten die zij door deelname verkrijgen niet opwegen tegen de riante salarissen die zij deze spelers moeten betalen en andere kosten die zij moeten maken.

Een vergelijkbare vraag is recentelijk behandeld door het Gerecht van de EU in de zaak International Skating Union (ISU) v. European Commission. Het Gerecht boog zich over de vraag of ISU aan haar gelieerde atleten mocht verbieden deel te nemen aan competities die niet door ISU zijn geautoriseerd. Deelname zou een levenslange ban van door ISU geautoriseerde toernooien betekenen. Volgens ISU waren deze regels nodig om de integriteit van de schaatssport te bewaken. Het Gerecht vond de regels echter disproportioneel. Daarbij beperkten ze naar hun aard de mededinging en de ontwikkeling van alternatieve schaatscompetities.

De omstandigheden uit de ‘schaatszaak’ wijken op sommige punten af van het onderhavige geval. Zo zullen de aan de Super League deelnemende teams niet meer deelnemen aan de Champions League en hebben voetballers een andere inkomenspositie dan schaatsers. Het is daarom de vraag of de voorgenomen sancties van UEFA en de nationale voetbalbonden een overtreding opleveren van het kartelverbod. Het is in ieder geval duidelijk dat de aangekondigde maatregelen tot doel hebben deelnemende clubs en spelers (tijdelijk) van bepaalde competities uit te sluiten. Zij zouden daarom een (doel)beperking van het kartelverbod kunnen vormen.

UEFA en nationale sportbonden hebben als verenigingen de vrijheid om hun (statutaire) doelen na te streven. Zo zet UEFA zich onder meer in om voetbal in Europa voor eenieder toegankelijk te maken. Daarbij is het enkele feit dat een (sport)vereniging een economisch belang nastreeft, op zichzelf niet concurrentieverstorend.

Maar deze vrijheid wordt wel begrensd door de werking van het mededingingsrecht. In de mededingingsrechtelijke toetsing is ten eerste van belang of de maatregelen die een organisatie neemt een legitiem doel dienen. Het Hof van Justitie heeft eerder al geoordeeld dat de bescherming van de integriteit van sport een legitiem doel vormt.

Vervolgens moeten de maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn om dit doel na te streven. Het lijkt er niet op dat het verbannen van een speler uit het nationale elftal deze proportionaliteitstoets kan doorstaan, nu niet de speler maar de club de beslissing neemt om deel te nemen aan de Super League.

Of de tweejarige uitsluiting van de nog deelnemende teams geoorloofd zou zijn, hangt mede af van de vraag of het legitieme doel ook met minder vergaande middelen kan worden bereikt, Het feit dat het hier gaat om een strafmaat maakt de proportionaliteitstoets alleen maar complexer, want wat is een redelijke en evenredige straf? Discussies over deze materie op andere rechtsterreinen, zoals het strafrecht, laten zien dat de meningen zeer uiteen kunnen lopen.

Voorlopig lijken de drie nog deelnemende clubs aan de winnende hand. In april 2021 oordeelde de Spaanse rechter dat UEFA de clubs niet mag bestraffen voor de oprichting van de Super League. De Spaanse rechtbank heeft de hoogste EU-rechter gevraagd om de maatregelen van UEFA in het licht van het mededingingsrecht te beoordelen.

Conclusie

UEFA en andere voetbalbonden geven aan zich te zullen blijven inzetten om het open karakter van de voetbalsport te beschermen. Bijkomend voordeel is dat daarmee en passant ook hun eigen verdienmodel niet in gevaar komt. Alternatieve toernooien zouden immers afbreuk kunnen doen aan de aantrekkingskracht van de al bestaande competities. Het Super League-dossier zou verder invulling kunnen geven aan de wijze waarop het mededingingsrecht toepassing krijgt in het (economische) speelveld waarin sportbonden, clubs en sporters/spelers met elkaar verbonden zijn.

De ontwikkelingen rondom de Super League laten zien dat mogelijk niet alle middelen geoorloofd zijn in de strijd van sportbonden om alternatieve toernooien in de kiem te smoren. Besluiten van ondernemersverenigingen waarbij teams of spelers van lidmaatschap of van bepaalde competities worden uitgesloten kunnen onder bepaalde omstandigheden in strijd zijn met het kartelverbod. De vraag hoe die omstandigheden precies luiden zal per casus moeten worden bepaald. Zo zal zaak na zaak het beeld completer worden.

Voor meer informatie over het mededingingsrecht of vragen over dit artikel, kunt u contact opnemen met Pieter Kuypers, Joost Houdijk of Octave Schyns.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven