Herziening Wet BIG: van bevoegdheid naar bekwaamheid?

25 november 2020 | Blog

In een kamerbrief van 2 november 2020 heeft de minister voor Medische Zorg de voorzitter van de Tweede Kamer geïnformeerd over een verkennend onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (‘Wet BIG’). Daarbij staat de minister ook stil bij het advies van de Raad voor Volksgezondheid, ‘De B van Bekwaam’, van 10 oktober 2019. In dat advies geeft de Raad aan dat de huidige Wet BIG onvoldoende in staat zal zijn de snelle veranderingen in de zorgpraktijk op te vangen en dat bekwaamheid daarbij meer dan bevoegdheid het uitgangspunt moet zijn.

In deze blog ga ik in op de eerste uitkomsten van de verkenning van de minister en daartoe ingerichte stuurgroep.

Doel van de Wet BIG

De Wet BIG beoogt een zo veel mogelijk uniforme regeling te geven voor alle daarvoor in aanmerking komende beroepen op het gebied van de individuele gezondheidszorg teneinde (i) de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bewaken en te bevorderen en (ii) het publiek te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De belangrijkste instrumenten uit die wet zijn: het systeem van beroepstitels, opleidingstitels, voorbehouden handelingen en het tuchtrecht.

Aanleiding herziening Wet BIG

In de kamerbrief van 2 november 2020 schrijft de minister voor Medische zorg dat de aanleiding voor een verkennend onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de Wet BIG is ingegeven door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen. Daarbij wijst de minister op de opkomende technologie, werken over domeinen heen, het steeds meer werken in team- en netwerkverband, meer inzet op collectieve zorg, zoals preventie, en de vraag om meer flexibiliteit in het kader van een veranderende zorgvraag. De minister geeft aan dat de krapte op de arbeidsmarkt vraagt om “een Wet BIG die de kwaliteitsdoelstellingen in stand houdt en overregulering voorkomt.”

Onderwerpen herziening Wet BIG

De gesignaleerde ontwikkelingen en vraagstukken behoeven volgens de kamerbrief nadere analyse en actie op een drietal onderwerpen. In de eerste plaats zal onderzocht worden op welke wijze knelpunten op het gebied van onduidelijkheid, onbekendheid en inflexibiliteit van de regels voor voorbehouden handelingen kunnen worden opgelost. Ook zal worden onderzocht welke risico-afweging gemaakt moet worden om te bepalen voor welke beroepen opname in de Wet BIG noodzakelijk is en wat dit betekent voor de criteria voor toelating tot de Wet BIG.

In de tweede plaats zal nader onderzoek gedaan worden naar hoe deskundigheidsbevordering in het kader van de herregistratie verder kan worden ontwikkeld. De minister wijst in de kamerbrief erop dat bekwaamheid belangrijk is en dat het daarom goed is om “deskundigheidsbevorderende activiteiten” te stimuleren. De vraag is volgens de minister alleen wat in dit kader noodzakelijk en effectief is om wettelijk of anderszins te regelen. Hierbij moet volgens de minister rekening worden gehouden met de samenhang en complexiteit van de beroepsuitoefening van BIG-geregistreerde beroepen en met mogelijke uitvoeringsproblemen, onevenredige administratieve lasten voor zorgprofessionals en zaken die in dit kader al zijn gerealiseerd, zoals de kwaliteitsregisters.

Tot slot zal bekeken worden hoe er een meer lerende werking van het tuchtrecht kan uitgaan. Dit zou aanvullend moeten zijn op het corrigerende effect van het tuchtrecht, dat ook nodig is. Ook geeft de minister aan dat gekeken zal worden naar team- en netwerkverantwoordelijkheden wanneer het handelen of het nalaten van handelen in strijd is met de professionele standaard. Duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is als de behandeling van een patiënt een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.

Herziening Wet BIG: een goed idee

In algemene zin is het mijns inziens aan te moedigen de toekomstbestendigheid van de Wet BIG onder de loep te nemen om overregulering te voorkomen. Tegelijkertijd is het belangrijk de samenleving te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De juiste balans is nodig. De minister verwacht in de loop van volgend jaar de eerste bevindingen te kunnen delen. De kamerbrief vermeldt niet concreet welke wijzigingen we kunnen verwachten. Dat zal het onderzoek moeten uitwijzen. Wel lijkt de minister voor te sorteren op minder beschermde beroepen – ze schrijft voorlopig geen nieuwe beroepen toe te laten. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven