Ontregel de zorg: is het gelukt?

13 januari 2021 | Blog

Het regeerakkoord van het huidige kabinet vermeldt dat zorgaanbieders, zorgverleners, verzekeraars en toezichthouders in ‘schrapsessies’ gaan werken aan minder bureaucratie en minder regels. Nu de eindstreep voor het kabinet in zicht is, kan de balans opgemaakt worden. Is het gelukt?

Voortgangsbrief (Ont)Regel de Zorg

Minister Van Ark heeft in december ’20 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin zij de balans met betrekking tot het programma (Ont)Regel de Zorg opmaakt. De minister is zeer tevreden. Er is volgens haar “onmiskenbaar een duidelijke vermindering van regeldruk gerealiseerd in deze kabinetsperiode”. Het lijkt er echter op dat het beeld meer grijstinten heeft.

Allereerst valt op dat de ervaren regeldruk en de tijd die op de werkvloer aan regels en administratieve lasten wordt besteed, slechts marginaal verbeterd is, en hier en daar zelfs verslechtert. De brief geeft in een diagram weer hoe medewerkers de regeldruk in 2020 ervaren ten opzichte van 2019 en hoeveel tijd zij kwijt zijn met administratieve werkzaamheden. In de farmacie, huisartsenzorg, curatieve ggz en de medisch specialistische zorg is er een kleine stijging in de ervaren tijdsbesteding aan administratie. Bij de fysiotherapeuten gaat het wel de goede kant op. Zij besteden minder tijd aan administratieve taken en ervaren minder regeldruk. Dus niet de verlichting waarop gehoopt zou mogen worden.

In de tweede plaats valt op dat de coronacrisis gebruikt wordt om het beeld op te poetsen. Minister Van Ark maakt melding van de tijdelijke versoepeling van de herregistratieplicht voor BIG-geregistreerden.  Hierdoor werden zorgverleners niet belast met administratieve taken die konden worden uitgesteld, en konden ze hun inspanningen richten op het bestrijden van de gevolgen van de coronacrisis. Deze versoepeling is tijdelijk, en komt dus terug. Door dit als ‘goed voorbeeld’ van vermindering van regeldruk op te voeren, wordt de lat wel erg laag gelegd voor felicitaties aan het kabinet door het kabinet. En het wekt de suggestie dat het reservoir aan goede voorbeelden niet erg groot is.

Corona als stimulans

De coronacrisis heeft tot wijziging in de regelgeving geleid. De NZa verruimde de mogelijkheden voor beeldbellen. Aanvankelijk was de verruiming tijdelijk, maar in ieder geval voor medisch specialistische zorg, logopedie en huisartsenposten zal de tijdelijke verruiming permanent worden. Belemmeringen daarvoor in de declaratieregels zijn opgeruimd. Corona blijkt daarmee een belangrijke driver te zijn voor regelreductie of aanpassing.

In de derde plaats blijkt regeldruk soms ook een vorm van zelfverwonding, en niet een van buiten opgelegde belasting. Binnen instellingen worden zelfopgelegde regels gehanteerd die bij nadere beschouwing kunnen vervallen.

Zelfkritiek nodig

De brief lezend valt op dat de bewindslieden van VWS niet kritisch hebben gekeken naar de regels die van overheidswege worden opgelegd. Ook daar kan met schrapsessies winst worden geboekt. De rituele dans van de NZa-fusiemelding, het overbodige toezicht op vervreemding van vastgoed door het College sanering zorginstellingen en het steeds dichter wordende woud van medezeggenschapsregelingen, lenen zich goed voor een kritische blik. En die opsomming is niet uitputtend.

Ook nieuwe regels zouden aan een prealabele schrapsessie onderworpen kunnen worden. Misschien moet daar de ambitie van het nieuwe kabinet starten: niet ieder incident vraagt een nieuwe wettelijke regeling.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven