Overheid gaat met 2e tranche Wet Bibob waterbedeffect tegen en pakt katvangers aan

7 mei 2021 | Blog

Er ligt momenteel een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer om de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur te wijzigen (Wet Bibob, 2e tranche). Met de 1e tranche werd al ingezet op een verruiming van de mogelijkheden om als overheidsorganisatie intern onderzoek te doen. Nu volgt een tweede tranche, die overigens al eerder was aangekondigd in een Kamerbrief van 1 juli 2018. Welke aanvullende mogelijkheden biedt de 2e tranche wanneer deze van kracht wordt? Er komt onder meer een meldplicht voor bestuursorganen (en rechtspersonen met een overheidstaak), een mogelijkheid om de uitkomst van intern onderzoek van andere overheidsinstanties bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) op te vragen en de tipfunctie wordt uitgebreid. In dit blog praten we je over deze voorgenomen wijzigingen bij.

Tegengaan waterbedeffect en katvangers
Wanneer een persoon bij de ene gemeente aanklopt voor een vergunning die op grond van de Wet Bibob wordt geweigerd, dan is de situatie nu dat die overheidsorganisatie die informatie niet mag delen met een andere gemeente. De geheimhoudingsplicht staat daaraan in de weg (artikel 28 Wet Bibob). Een gevolg hiervan kan zijn dat er een ‘waterbedeffect’ optreedt. De betrokkene kan de vergunning bij een andere gemeente proberen te krijgen. Of een zogenoemde ‘katvanger’ naar voren schuiven: zij laten de aanvraag indienen door een betrokkene, waarvan zij weten dat over deze persoon in het verleden positief geadviseerd is. De 2e tranche wijziging van de Wet Bibob moet voorkomen dat een partij bij verschillende overheden aanklopt, totdat er op een gegeven moment een overheidsorganisatie is die de Wet Bibob niet toepast of de risico’s anders beoordeelt.

Meldplicht intern onderzoek
Op dit moment kan een bestuursorgaan er alleen maar achter komen dat er een beschikking of subsidie door een ander bestuursorgaan geweigerd is wegens een ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, door het LBB te vragen een extern onderzoek uit te voeren. Als het bestuursorgaan volstaat met een eigen onderzoek dan zal het er nooit achter komen hoe de risico’s door een ander bestuursorgaan zijn beoordeeld.

Het wetsvoorstel 2e tranche Wet Bibob voorziet in de mogelijkheid voor bestuursorganen om informatie met elkaar uit te wisselen. Na de inwerkingtreding van deze wetswijziging dienen bestuursorganen, wanneer zij na intern onderzoek concluderen tot een ernstig gevaar of indien een persoon zich terugtrekt, dit te melden bij het LBB (artikel 7a, zevende en achtste lid, van het wetsvoorstel – hier staat overigens geen sanctie op). Vervolgens kan een ander bestuursorgaan deze informatie via het LBB opvragen en bij zijn eigen beslissing betrekken (artikel 11a van het wetsvoorstel). Ook kunnen bestuursorganen de informatie rondom zakelijke relaties van een betrokkene voortaan delen met andere bestuursorganen (artikel 28, tweede lid, onder l, van het wetsvoorstel) en omgevingsdiensten (artikel 28, tweede lid onder n, wetsvoorstel).

Verder voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid om:

  • Van de Belastingdienst informatie te krijgen over vergrijpboetes

Bestuursorganen kunnen bij de inwerkingtreding van de 2e tranche bij de Belastingdienst informatie opvragen over vergrijpboetes (artikel 7c van het wetsvoorstel). Vervolgens kunnen de bestuursorganen de verkregen informatie meewegen in de beoordeling van de mate van het gevaar. Voor de Belastingdienst geldt op dit punt niet langer een geheimhoudingsplicht.

  • Gevaarconclusies mogen vijf jaar worden hergebruikt

Waar de conclusies over de mate van gevaar op basis van de nu geldende wet twee jaar mogen worden hergebruikt, wordt dat uitgebreid naar vijf jaar (artikel 11a, derde lid, van het wetsvoorstel).

  • Uitbreiding tipfunctie

De tipfunctie van de Officier van Justitie wordt uitgebreid naar bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak (artikel 26 van het wetsvoorstel). Zij kunnen andere bestuursorganen waarschuwen en hen wijzen op de mogelijkheid om een Bibob-advies uit te (laten) voeren. Hier geldt voor deze bestuursorganen dus niet langer een geheimhoudingsplicht.

  • Uitbreiding toepassing tot afwijken omgevingsplan

De mogelijkheid om de Wet Bibob toe te passen, wordt uitgebreid naar omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten op grond van de Omgevingswet (artikel 4.19b van het wetsvoorstel) en de wijziging van een omgevingsplan op aanvraag (artikel 1, zesde lid, van het wetsvoorstel). Daarmee is de bevoegdheid om een aanvraag voor een omgevingsvergunning te weigeren, zodra de Omgevingswet op (beoogd) 1 januari 2022 in werking treedt, niet langer beperkt tot de activiteit bouwen en milieu, maar kan deze ook worden ingezet bij het afwijken van het omgevingsplan. Er is ook een uitbreiding voorzien voor vergunningen op grond van waterschapsverordeningen en de vervreemding van een opstalrecht.

Het voorstel staat op 3 juni aanstaande op de agenda van de Tweede Kamer. Nog niet bekend is wanneer de wetswijziging in werking treedt. We houden dat natuurlijk voor je in de gaten en brengen je daarvan op de hoogte.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven