Toezegging advocaat in onteigeningsprocedure hoeft niet te worden nagekomen

19 maart 2020 | Blog

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een recent arrest dat de Staat weliswaar gebonden is aan een toezegging van zijn advocaat in de gerechtelijke onteigeningsprocedure, maar dat de Staat deze toezegging vervolgens toch niet hoeft na te komen. Het hof sluit aan bij de rechtspraak van de bestuursrechter over toezeggingen: de mededeling van de advocaat is een toezegging en kan de Staat worden toegerekend, maar het belang van de Staat weegt in dit geval zwaarder dan het belang van een individuele burger.

Les voor de praktijk

Een mededeling van een advocaat namens een overheidslichaam in een onteigeningsprocedure kan opgevat worden als een toezegging van het overheidslichaam. Dat betekent echter niet automatisch dat die toezegging moet worden nagekomen. De rechter maakt een belangenafweging, waarin het belang van het bestuursorgaan om overheidsgelden doelmatig te besteden zwaar weegt. In dit geval waren er na de toezegging gewijzigde omstandigheden die maakten dat een alternatief meer voor de hand lag.

Toezegging

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een toezegging sluit het hof, onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling, aan bij de maatstaf die de bestuursrechter hanteert. Zeer kort gelden de volgende criteria:

1) Is sprake van een toezegging? Ja, als een advocaat namens een bestuursorgaan in een concrete situatie een uitlating heeft gedaan die bij de betrokkene redelijkerwijs de indruk heeft kunnen wekken dat die uitlating een welbewuste standpuntbepaling is van het bestuur. Wat het bestuursorgaan met de uitlating bedoelde is minder belangrijk dan hoe die uitlating bij de redelijk denkende burger overkomt.

2) Kan de toezegging aan het bestuursorgaan worden toegerekend? Ja, als de betrokkene op goede gronden mocht veronderstellen dat de advocaat de opvatting van het bevoegde bestuursorgaan vertolkte.

3) Moet de toezegging worden nagekomen? Ja, als er aan de kant van het bestuursorgaan geen belangen zijn die zwaarder wegen dan die van de redelijk denkende burger, zoals strijd met de wet, het algemeen belang of belangen van derden.

Wat speelde hier?

Een grondeigenaar in de uiterwaarden van de IJsel moest een aantal percelen afstaan aan de Staat in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier. Zijn woning viel buiten het project maar het plan beïnvloedde wel de bereikbaarheid daarvan. In de oude situatie kon de onteigende zijn woning namelijk grotendeels bereiken via een ontsluitingsweg door de uiterwaard en bij hoogwater met een boot of via een loopbrug. In de nieuwe situatie was de woning niet meer via de ontsluitingsweg of over de loopbrug bereikbaar maar via een overlaat waarvoor moest worden omgereden. Uiteindelijk heeft de eigenaar ingestemd met de aanleg van een brug op de plaats van de oorspronkelijke ontsluiting van zijn woning zodat hij niet meer hoefde om te rijden. Dit gebeurde in overleg met het Waterschap en dus niet de Staat. Dit alternatief vormde steeds de basis voor de verdere ontwerpen. Tijdens de plaatsopneming in de onteigeningsprocedure verklaarde de advocaat van de Staat dat in overleg tussen het Waterschap – dat uitvoering gaf aan het project –  en de eigenaar is besloten een alternatieve ontsluiting via een brug direct naar de woning van de onteigende te realiseren, mits daarvoor een (project)omgevingsvergunning werd verleend. Is dit een toezegging? Volgens het hof wel!

Wat oordeelt het hof?

De advocaat heeft volgens het hof aan de onteigende een toezegging gedaan die aan de Staat kan worden toegerekend. Hierbij achtte het hof onder meer van belang dat in dit geval de Staat op grond van het bestuursakkoord het bevoegde bestuursorgaan is. Van belang is ook dat de mededeling van de advocaat van de Staat is gedaan in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure ten overstaan van de onteigende, rechter-commissaris en rechtbankdeskundigen; de wijze van ontsluiting is namelijk relevant voor de schadeberekening (omrijschade). Niet is gemeld dat de Staat het met de afspraak tussen Waterschap en onteigende oneens was. Bij de onteigende werd dan ook de indruk gewekt van een welbewuste standpuntbepaling van de Staat over de wijze waarop deze zijn bevoegdheid uitoefende. Uiteindelijk een pyrrusoverwinning voor de onteigende want zijn vorderingen worden alsnog afgewezen op basis van de belangenafweging die het hof maakt. Het belang van de onteigende ligt in een goede bereikbaarheid van zijn woning en weegt minder zwaar dan het belang van de Staat om overheidsgelden doelmatig te besteden. In plaats van een brug, wordt een overlaat aangelegd en ontvangt de onteigende een vergoeding voor de aanschaf van een boot en aanlegfaciliteiten.

Juridisch advies of meer informatie?

Heeft u vragen? Neem dan contact op met Egbert de Groot of Jeanny Romme

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven