Actualiteiten onteigening

2 februari 2021 | Blog

In het laatste kwartaal van 2020 zijn er vier Koninklijke Besluiten gepubliceerd, waarin diverse belanghebbenden zienswijzen naar voren hebben gebracht. Wij brengen u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en hebben enkele van deze zienswijzen er voor u uitgelicht.

COVID-19 en verlenging termijn terinzagelegging 

Enkele reclamanten stellen in hun rechten te zijn geschaad omdat, ondanks dat ze dat hadden verzocht, de termijn van de terinzagelegging van de onteigeningsstukken niet is verlengd en de hoorzitting telefonisch is gehouden vanwege de beperkende coronamaatregelen. De Kroon overweegt dat een dergelijke termijnverlenging niet mogelijk is omdat de administratieve procedure aan strikte wettelijke termijnen is gebonden. Belanghebbenden dien (slechts) de gelegenheid te worden geboden om gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen en daarover te worden gehoord. Het is gebruikelijk, niet wettelijk verplicht, dat de Kroon een hoorzitting organiseert waarbij reclamanten en verzoeker fysiek aanwezig zijn en zienswijzen kunnen toelichten. De belanghebbenden zijn niet in hun belangen geschaad, want zij hebben tijdens een telefonische hoorzitting hun zienswijze ‘in volle omvang’ mondeling kunnen toelichten, aldus de Kroon.

Planologie

In meerdere KB’s voeren reclamanten weren aan die planologisch van aard zijn en die daarom niet door de Kroon kunnen worden beoordeeld. Zo betogen enkele grondeigenaren dat geen acht wordt geslagen op hun zienswijze in de bestemmingsplanprocedure en dat de haalbaarheid van de door hen voorgestelde alternatieven niet is onderzocht. De Kroon wijst erop dat de zienswijze die in de planologisch procedure naar voren is gebracht in de administratieve onteigeningsprocedure niet zelfstandig kan worden beoordeeld. De zienswijze die de eigenaren tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend, heeft de gemeente inhoudelijk behandeld en deze gaf kennelijk geen aanleiding tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan, aldus de Kroon. Dit geldt ook voor provinciale planologie. Een grondeigenaar vraagt zich af waarom zijn percelen benodigd zijn nu van andere percelen minder oppervlakte is benodigd en daar alternatieven voorhanden lijken te zijn. Voor zover dit onderdeel ziet op het ruimtebeslag uit het inpassingsplan, betreft dit een planologisch aspect dat niet zelfstandig door de Kroon kan worden beoordeeld.

Opschortende en ontbindende voorwaarde

Andere reclamanten stellen dat geen sprake van urgentie kan zijn omdat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is. De Kroon wijst op de twee aan het KB verbonden voorwaarden: 1) de opschortende – de gemeente gaat niet over tot dagvaarding dan nadat het bestemmingsplan ten aanzien van de in de onteigeningsplannen begrepen onroerende zaken onherroepelijk is en 2) de ontbindende – als het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan met betrekking tot die onroerende zaken in beroep wordt vernietigd, dan komt het onteigeningsbesluit te vervallen.

Serieus minnelijk overleg

Een twistpunt dat terugkomt in de diverse KB’s betreft de vraag of er serieus is onderhandeld met de grondeigenaren. Zo voeren reclamanten aan dat er slechts één onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd voorstel is gedaan waarbij zij niet voldoende schadeloos zijn gesteld en daarom kan volgens hen niet van serieus minnelijk overleg worden gesproken. Het debat over de hoogte en samenstelling van de schadeloosstelling wordt gevoerd in de gerechtelijke procedure, overweegt de Kroon, maar als onderdeel van de toetsing van de kwaliteit van het minnelijk overleg kan de geboden schadeloosstelling wel in deze fase worden beoordeeld. Dat doet de Kroon dan ook. Op basis van de overgelegde stukken concludeert de Kroon dat voorafgaand aan het verzoekbesluit het overleg tussen partijen serieus is geweest en voldoende pogingen zijn ondernomen om met de eigenaren tot overeenstemming te komen over de benodigde grond. Ook na het verzoekbesluit is het overleg tussen partijen voortgezet: zo is de schadeloosstelling aan de eigenaren verduidelijkt en heeft de gemeente aan hen een verhoogd aanbod gedaan. Dit voortgezette overleg en het overleg voorafgaand aan de gerechtelijke onteigeningsprocedure kan in de visie van de Kroon alsnog tot een voor partijen aanvaardbare oplossing leiden.

Het belang van de grondplantekening

Een reclamant met wie overeenstemming is bereikt over de koopsom voert aan dat de provincie eenzijdige nieuwe voorwaarden en condities wil opnemen in de koopovereenkomst en daardoor meer grond aankoopt dan de oppervlakte waarover overeenstemming is bereikt. Voorwaarden die partijen in de koopovereenkomst opnemen, staan niet aan de Kroon ter beoordeling. De voorwaarde waarop reclamant doelt, ziet op eventuele over- of ondermaat en een dergelijke bepaling in een koopovereenkomst is niet ongebruikelijk. Dit laat volgens de Kroon onverlet dat de grondplantekening bepalend is voor de ter onteigening aan te wijzen oppervlakte; uit deze tekening en de daarbij behorende onteigeningslijst volgt duidelijk welk deel van het perceel benodigd is.

Inzage taxatierapport

Aan een van reclamanten zou geen inzage zijn verschaft in het taxatierapport, terwijl hij daarom wel had verzocht. Het aanbod is daarom volgens hem niet onderbouwd. Dit betoog volgt de Kroon niet. Het taxatierapport is bestemd voor de verzoeker om onteigening als gereedschap voor de onderhandelingen en de onteigeningswet verplicht niet tot het verschaffen van inzage in dat rapport aan degene die wordt onteigend. Daarnaast blijkt de Kroon uit de overgelegde stukken dat op meerdere momenten inhoudelijk en tot in detail met de betreffende eigenaar is gesproken over de biedingen, waarbij bedragen uit het taxatierapport zijn besproken en toegelicht.

Logboek samenvatting onderhandelingsproces

Een vaak gevoerd verweer is dat het logboek een onjuiste weergave bevat van gevoerde onderhandelingen. Een reclamant voert aan dat de reden waarom geen overeenstemming is bereikt onjuist is weergegeven en dat onvoldoende blijkt waarom hij niet akkoord is gegaan met het aanbod van de provincie. Hierdoor wordt de betreffende eigenaar in zijn belangen geschaad. De Kroon verwijst in dit kader naar haar diverse eerdere koninklijke besluiten: het logboek met de daarbij behorende bewijsstukken geeft een samenvatting van het onderhandelingsproces. Het logboek en de onderliggende stukken worden ambtshalve bij de beoordeling van de noodzaak van het onteigeningsverzoek betrokken. De betreffende eigenaar is niet in zijn belangen geschaad omdat hij meent dat de gevoerde onderhandelingen onjuist in het logboek zijn weergegeven en hij zich niet herkent in de wijze waarop is weergegeven dat de aanbiedingen door hem niet zijn geaccepteerd, aldus de Kroon.

Compensatiegrond geen wettelijke verplichting

Omdat geruime tijd constructieve onderhandelingen worden gevoerd met de provincie over onder meer compensatie van grond, bestaat er geen noodzaak tot onteigening volgens een reclamant. De Kroon wijst erop dat de onteigeningswet een verzoeker tot onteigening niet verplicht tot een schadeloosstelling in de vorm van compensatiegrond of andere oplossingen. Uitgangspunt is waarborging van een volledige schadeloosstelling in geld. In het kader van toetsing van het gevoerde minnelijk overleg kunnen compensatiegrond of andere oplossingen aan de orde komen. De wijze waarop het minnelijk overleg is en zal verlopen is immers van belang voor de beoordeling of een noodzaak tot onteigening bestaat. Verzoeker om onteigening moet nagaan of hij tegemoet kan komen aan het verzoek van de grondeigenaar om vervangende grond of een andere oplossing, waarbij hij gehouden is aan zijn eigen op de urgentie van de aanleg van het werk toegesneden planning.

Zelfrealisatie

Een veel gehoorde weer is zelfrealisatie. Volgens een aantal reclamanten zou de noodzaak tot onteigening ontbreken omdat zij over voldoende kennis en financiële middelen beschikken en zelf bereid zijn om invulling te geven aan de natuuropgave. In het betreffende KB heeft de Kroon in een algemeen deel over zelfrealisatie vermeld dat zelfrealisatie van natuur binnen het project nadrukkelijk wordt gestimuleerd en dat belanghebbenden daartoe actief zijn benaderd. Vervolgens is met belangstellenden het overleg over zelfrealisatie gestart en is met de overige grondeigenaren het minnelijk overleg over aankoop van hun gronden aangevangen. Op verschillende momenten zijn eigenaren geïnformeerd over de manier waarop zij tot zelfrealisatie kunnen overgaan en is een concreet stappenplan beschikbaar gesteld. Ook is een tweesporenbeleid gevolgd: voor het geval er toch geen overeenstemming tot zelfrealisatie wordt bereikt, hebben ook die grondeigenaren aanbiedingen gericht op aankoop van de benodigde gronden ontvangen. Daarbij worden de minnelijke onderhandelingen voortgezet. De Kroon oordeelt dat deze aanpak redelijk en in overeenstemming met bestendig beleid ten aanzien van het zelfrealisatiebeginsel is.

Verplichting aansluiting beheercollectief

Enkele reclamanten betoogden tevergeefs dat een beheerder van natuurgronden ten onrechte wordt verplicht om zich aan te sluiten bij een beheercollectief dat in oprichting is en waarvan de statuten niet bekend zijn. De Kroon overweegt het redelijk te achten dat een zelfrealisator zich aansluit bij een beheercollectief om integraal beheer te bewerkstelligen. Ten tijde van het verzoekbesluit was er weliswaar nog geen sprake van een functionerend beheercollectief, maar het doel en de taken van dit beheercollectief waren in grote lijnen wel kenbaar. Hiermee is reclamanten voldoende inzicht gegeven in de wijze waarop zij invulling kunnen geven aan zelfrealisatie, aldus de Kroon.

Meest gerede partij

Enkele reclamanten zijn van mening dat niet de gemeente, maar de provincie de meeste gerede partij is om tot onteigening over te gaan van de voor de uitvoering van het bestemmingsplan benodigde gronden. De provincie is initiatiefnemer, betaalt het merendeel van de kosten, koopt de gronden aan, realiseert het bestemmingsplan en sluit de zelfrealisatieovereenkomsten. Onder verwijzing naar de Handreiking Administratieve Procedure overweegt de Kroon dat volgens bestendig beleid bestuursorganen onderling afspraken kunnen maken in bestuurlijke overeenkomsten over de verdeling van taken bij realisering van een project, ook wat grondverwerving en onteigening betreft. Er zijn een gebieds- en een uitvoeringsovereenkomst gesloten over realisering van de natuurontwikkeling. Ook zijn tussen gemeente en provincie aanvullende afspraken gemaakt over de grondverwerving waarbij de onteigening op naam van de gemeente plaatsvindt. Ook acht de Kroon van belang dat de gemeente in de eerste aanbieding kenbaar heeft gemaakt dat onteigening plaatsvindt op basis van het gemeentelijk bestemmingsplan.

Vereiste van grondgebonden belang

Een Vereniging, waarvan ruim 130 grondeigenaren binnen het plangebied lid zijn, is van mening dat zij als belanghebbende in de procedure dient te worden aangemerkt. De Kroon oordeelt echter dat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de onteigeningswet. Er is geen sprake is van grondgebonden belang: de vereniging bezit of pacht zelf geen grond. Dat 130 grondeigenaren lid zijn van de vereniging en dat in de statuten onder meer is vastgelegd dat de vereniging zich ten doel stelt de duurzame waterbeheersing en duurzame landbouw in de Krimpenerwaard te bevorderen, maakt volgens de Kroon niet dat zij als belangenvereniging grondgebonden belang heeft.  

Nalezen? U vindt de betreffende besluiten hier:
Juridisch advies of meer informatie?

Neem bij vragen gerust contact op met Egbert de Groot, Hugo Botter of Jeanny Romme.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven