Coronavirus & Staatssteun: De Tijdelijke Kaderregeling

20 maart 2020 | Blog

In deze blogreeks schonken wij eerder aandacht aan de verschillende mogelijkheden tot het verlenen van staatssteun ter compensatie van “coronaschade” (ten eerste naar aanleiding van de goedkeuring van een Deense steunregeling; ten tweede naar aanleiding van een miljardenclaim uit de Nederlandse horecabranche). De heersende onzekerheid lijkt inmiddels ten dele weggenomen: op 17 maart 2020 presenteerde de Europese Commissie (‘Commissie’) haar plannen voor een tijdelijke kaderregeling, en niet veel later kondigde het kabinet een miljardenpakket aan ter behoud van banen en continuïteit van bedrijven.

Het miljardenpakket van de Nederlandse overheid voorziet (hoofdzakelijk) in maatregelen van algemene strekking, waarmee geen selectief economisch voordeel aan bepaalde ondernemingen wordt verstrekt. Vanuit staatssteunrechtelijk perspectief is de tijdelijke kaderregeling daarom vele malen interessanter. Na consultatie van de lidstaten, heeft de Commissie de kaderregeling definitief aangenomen.  

Artikel 107(3)(b) VWEU

De tijdelijke kaderregeling is gebaseerd op artikel 107(3)(b) van he Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (‘VWEU’). Daarmee vertoont het gelijkenis met het kader dat werd aangenomen ter vergemakkelijking van steunmaatregelen aan banken ten tijde van de financiële crisis. Artikel 107(3)(b) VWEU bepaalt dat steunmaatregelen om “een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat” op te heffen, verenigbaar met de interne markt kan zijn. Toen de Commissie op 12 maart 2020 haar goedkeuring verleende aan de Deense steunregeling, deed zij dit op grond van artikel 107(2)(b) VWEU (steun wegens “buitengewone gebeurtenissen”). Daarbij gaf zij terloops aan dat de situatie in Italië (destijds) een beroep op artikel 107(3)(b) VWEU zou rechtvaardigen. Dit geldt inmiddels dus voor alle lidstaten.

Vijf soorten maatregelen

De tijdelijke kaderregeling omvat vijf soorten steunmaatregelen waarmee de lidstaten de economische repercussies van het Coronavirus kunnen verzachten:

  1. Rechtstreekse subsidies, selectieve belastingvoordelen en voorschotten: de lidstaten kunnen regelingen opzetten om aan een bedrijf maximaal € 800.000 toe te kennen om in zijn dringende liquiditeitsbehoeften te voorzien.
  2. Overheidsgaranties voor leningen die door bedrijven bij banken worden genomen: de lidstaten kunnen overheidsgaranties verlenen om ervoor te zorgen dat banken leningen blijven verstrekken aan de klanten die deze nodig hebben.
  3. Gesubsidieerde overheidsleningen voor bedrijven: de lidstaten kunnen bedrijven leningen met gunstige rentevoeten verstrekken. Deze leningen kunnen bedrijven helpen om dringende werkkapitaal- en investeringsbehoeften te dekken.
  4. Waarborgen voor banken die staatssteun naar de reële economie doorleiden: sommige lidstaten zijn van plan voort te bouwen op de bestaande leencapaciteit van de banken en hen te gebruiken als een kanaal voor steun aan bedrijven, met name aan kleine en middelgrote ondernemingen. De kaderregeling maakt duidelijk dat dergelijke steun wordt beschouwd als rechtstreekse steun aan de klanten van de banken en niet aan de banken zelf, en geeft richtsnoeren om ervoor te zorgen dat de concurrentie tussen banken zo weinig mogelijk wordt verstoord.
  5. Kortlopende exportkredietverzekering: De kaderregeling voorziet in extra flexibiliteit voor het bewijs dat bepaalde landen niet-verhandelbare risico's inhouden, waardoor de staat waar nodig kortlopende exportkredietverzekering kan verstrekken.
Overige maatregelen

De tijdelijke kaderregeling is niet uitputtend bedoeld. Het dient ter aanvulling op de reeds bestaande faciliteiten. De overige mogelijkheden tot het verlenen van staatssteun, onderschreef de Commissie nogmaals in haar Mededeling van vrijdag 13 maart 2020. Daarbij gaf zij aan dat een beroep op artikel 107(2)(b) VWEU (“buitengewone gebeurtenissen”) mogelijk blijft voor (verdergaande) steunmaatregelen ten behoeve van ondernemingen in de zwaarst getroffen sectoren (zoals transport en toerisme). Bij de bekendmaking van het tijdelijk juridisch kader, merkt de Commissie op dat eventuele steunmaatregelen aan banken ook langs deze weg kunnen worden goedgekeurd. Ten slotte wijst de Commissie erop dat ondernemingen die na 31 december 2019 in financiële moeilijkheden zijn geraakt, in aanmerking komen voor steun onder de tijdelijke kaderregeling. Dit is significant, omdat een “onderneming in moeilijkheden” daardoor niet zal zijn aangewezen op goedkeuring onder de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden. De voorwaarden voor steunverlening zijn in dat kader erg strikt.        

Conclusie

De kaderregeling is in beginsel van kracht tot 31 december 2020, en biedt meer duidelijkheid over de verruimde mogelijkheden tot het verlenen van staatssteun ter compensatie van “coronaschade”. Toch blijven veel ondernemingen voorlopig in onzekerheid verkeren. De lidstaten zijn nu aan zet. Waar de kaderregeling ontoereikend blijkt, kan de Commissie maatregelen goedkeuren onder artikel 107(2)(b) VWEU. In deze blogreeks houden wij u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nikee Groot, Tom Binder of Marilou van der Feltz.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven